TrimsalonCharmee

Blog  ›  Vacht & verzorging

Vacht & verzorging

Vachtverzorging per vachttype: de complete gids

Krulvacht, dubbele vacht, ruwhaar of zijdehaar: elk vachttype vraagt een eigen aanpak. De juiste borstel, frequentie en valkuilen per type.

Charlotte, hondentrimster en eigenaar van Trimsalon Charmée

Geschreven door Charlotte
Gediplomeerd hondentrimster · 4 min. leestijd

Verschillende soorten hondenvacht naast een houten borstel: krulvacht, dubbele vacht, ruwhaar en zijdehaar

Het korte antwoord

Goede vachtverzorging begint bij het vachttype van je hond, want een krulvacht vraagt iets heel anders dan een dubbele vacht met ondervacht.

Grofweg zijn er vier types: krulvacht, dubbele vacht, ruwhaar en zijdehaar. Per type verschillen de juiste borstel, de frequentie en de valkuilen. In deze gids zet ik ze alle vier op een rij, precies zoals ik het in mijn salon in Westzaan aan baasjes uitleg. Zo weet je wat jouw hond nodig heeft en blijf je klitten en vilt een stap voor.

Hoe verzorg je een krulvacht of doodlevacht?

Denk aan de poedel, labradoodle, cockapoo en goldendoodle. Een krulvacht verliest nauwelijks haar op je bank, maar houdt al het losse haar vast tussen de krullen, en precies daardoor klit dit vachttype zo snel. Borstel om de dag met een zachte slicker en kam alles na met een kam met lange tanden, helemaal tot op de huid. De grote valkuil is alleen over de bovenste krullen heen borstelen: de vacht lijkt dan netjes, terwijl hij bij de huid stilletjes vervilt. Geef oksels, achter de oren en de broek extra aandacht. Wat jouw doodle of poedel precies nodig heeft, lees je op mijn overzicht van hondenrassen en hun trimbeurten.

Dubbele vacht met ondervacht

Herders, husky’s, keeshonden en retrievers hebben een dichte, wollige ondervacht onder een laag steviger dekhaar. Hier is een kam met lange tanden je belangrijkste gereedschap, aangevuld met een slicker voor de dikke plekken. Eén vaste borstelbeurt per week is de basis, en in de rui pak je het om de dag op. De valkuil bij dit vachttype is losse ondervacht die blijft zitten: de vacht wordt dan dof en klam en je hond krijgt het onnodig warm. Laat zo’n vacht ook nooit zomaar scheren, want daarmee beschadig je de natuurlijke isolatielaag. Ontwollen is de nette oplossing: alle losse wol gaat eruit en de vacht blijft heel. Kijk voor jouw ras even op de raspagina’s.

Ruwharige vacht

Ruwharige teckels, veel terriërs en bijvoorbeeld de schnauzer hebben een harde, draadachtige vacht die vuil en regen buiten houdt. Thuis houd je die prima bij met een kam en een borstelbeurt van één tot twee keer per week, met extra aandacht voor baard en benen, waar het zachtere haar sneller klit. De valkuil: zo’n vacht scheren of knippen omdat dat makkelijk lijkt. Daarmee verandert de structuur, wordt de vacht zachter en doffer en beschermt hij minder goed. Ruwhaar vraagt in de salon een eigen aanpak, dus vraag advies voordat je zelf gaat knippen. Per ras staat het uitgelegd op het rassenoverzicht.

Zijdehaar en lange vacht

Maltezers, Yorkshire terriërs en shih tzu’s hebben lang, fijn haar met weinig tot geen ondervacht. Dat voelt heerlijk zacht, maar fijn haar klit razendsnel. Kam dagelijks of om de dag met een kam met lange tanden en gebruik een zachte slicker voor de lastige plekjes. De valkuil is borstelen op het oog: de vacht ziet er netjes uit, terwijl achter de oren, in de oksels en onder het tuigje kleine klitjes groeien. Een klitje van vandaag is volgende week een plukje vilt. Hoe je dat voorkomt, lees je in mijn artikel over klitten voorkomen en verwijderen, en wat er per ras bij komt kijken vind je op de rassenpagina’s.

Wat heeft elk vachttype nodig?

Hoe verschillend de vachten ook zijn, drie dingen gelden altijd. Regelmaat wint van een grote inhaalslag: drie korte borstelbeurten per week doen meer dan één lange worsteling per maand. Werk altijd laagje voor laagje tot op de huid, want daar begint elk vachtprobleem. En droog je hond na regen of een wasbeurt goed door, want een vacht die onderin nat blijft, gaat klitten en ruiken. Twijfel je wat jouw hond nodig heeft, dan kijk ik in de salon graag met je mee. Ik werk met één hond tegelijk, dus er is alle rust en tijd om het voor te doen.

Veelgestelde vragen

Dat hangt van het vachttype af. Voor krulvachten is elke zes tot acht weken een goede vuistregel, dubbele vachten komen vaak rond de rui, en ruwhaar en zijdehaar zitten daar tussenin. Na een eerste behandeling geef ik je eerlijk advies over een ritme dat bij jouw hond past.

Met een zachte slicker en een kam met lange tanden kom je bij de meeste vachten een heel eind. Voor gladde, korte vachten is een rubberborstel fijner. Koop liever één goede borstel dan drie slechte.

Veel kruisingen hebben een mengvacht, en die klit vaak het hardst van allemaal. Behandel zo’n vacht als een krulvacht: om de dag borstelen en nakammen tot op de huid. Kom je er niet uit, neem dan gerust contact op, dan kijk ik wat voor vacht het echt is.

Een tussenbeurt is er vanaf 40 euro en een volledige verzorging vanaf 70 euro, afhankelijk van de grootte en de vacht van je hond.

Liever laten doen?

Elke vacht die bij mij op tafel komt, krijgt de aanpak die bij het type past, rustig en met één hond tegelijk.

Charlotte, hondentrimster en eigenaar van Trimsalon Charmée

Over de auteur

Geschreven door Charlotte

Gediplomeerd hondentrimster en eigenaar van Trimsalon Charmée in Westzaan. Eén hond tegelijk, alle rust en aandacht.

Scroll naar boven